Markt
Hij had een ernstig lichaam en een taaie blik,
hij bleef onafgebroken staren wanneer anderen
zich afwendden of hem niet zagen staan.
De vrouw op de markt die rond hem speurde
alsof hij niet bestond, zij was niet blind.
Haar vingers trokken de huid van een perzik,
het sap sijpelde langs haar polsen. Haar onderlip
stak iets naar voren, als van een beteuterd kind.
Een balk schemerde in een plas water. Vliegjes zwermden
boven de kersen, een tros druiven wierp een wolk stof op.
Zij moest hem zien, hij zou binnendringen
in haar gezicht.
De laatste lezer
Voorbijgangers turen schaamteloos in de kijkdozen
van woningen, etalages vol huiskamers.
Monsteren de binnenkant: een gezin zit samengepakt voor
een flatscreen, koude parodie op een open haard.
Het blauwe licht van een zonnebank op een bovenverdieping.
De kale ravage van een studentenpand, gedateerde affiches
roepen op tot actie. Gekooide parkieten, aquaria, reproducties
van kostbare schilderijen, een piano, vazen, planten.
Aan een tafel bij het raam zit een man over zijn boek gebogen,
alsof hij de laatste lezer uitbeeldt. Hij slaat een bladzijde om
voor de denkbare toeschouwer. Op de vensterbank van
het hoekhuis een kind, zijn handen vormen kokers voor zijn ogen.
Vel over vel
kortstondig de kinderen die spelevaren op de vijver
schoorvoetend gaat het volk voorbij
een monitor toont iets afwijkends
iemand zucht – kucht
twee vrouwen twijfelen over de aankoop
van een bundel
'steek je hand onder een bladzijde en je schrikt
je ziet de poriën in je huid
zó dun is het papier'
De dag voltrekt zich
Morgen is het juni. De dag voltrekt zich dom
en onverbiddelijk. Het grommen van de bussen,
het slingeren van een tram, die met schrille
slijpende klanken tot stilstand komt,
het driftige ongeduld bij oponthoud,
claxons, gekanker, verhitte blikken, vuisten,
het verkeer gutst, tot het wordt gestelpt
door een opgebroken straat, een klimmende brug,
de peristaltiek van de grote stad. De dag
voltrekt zich dom en onverbiddelijk.
In de avond troepen onweerswolken
samen boven de rand van de stad.
De lucht ontlaadt zich met het geluid
van knappend ijs.
|